Op de middelbare school leerde ik Peter* kennen. Peter was een bijzondere verschijning. Lange blonde lokken en zelfs in december was hij bruin. Hij kwam vaak niet opdagen voor de les. Vooral niet bij Spaans en maatschappijleer, want daar had hij een hekel aan. Als er werd gevraagd waarom hij absent was, antwoordde hij vaak dat hij zijn vader uit bed moest halen. Tevens was hij eens voor een week geschorst omdat hij had gemasturbeerd tijdens biologie.
Je hebt mannen van weinig woorden en dan heb je Peter, een man van veel woorden. Als hij had gedronken, en dat was meer regel dan uitzondering, had hij een keur van oneliners paraat. Het alom bekende “daar moet een piemel in” was zijn lijflied en hij had een scala aan originele uitspraken, waarvan “ga nooit ongeneukt het graf in”, me is bijgebleven. Ook gingen veel van zijn kreten over bier. Pieter hield van bier.
Eigenlijk heb ik hem nooit écht leren kennen. Op school sprak hij nooit met me, alleen tijdens het stappen of met tuinfeesten. ‘Jij bent zo’n heerlijk droge gast’, zei hij dan. Hij sprak meestal met consumptie. Tuinfeesten eindigden voor Peter bijkans nooit rechtop. Zo lag hij eens tot tien uur ’s ochtends onder een rododendron zijn roes uit te slapen. Ook was er eens de politie ingeschakeld, omdat zijn vader in een dronken bui zijn huis niet meer in kon. Sleutels zoek. Probeerden ze Peter te bellen, maar hij lag met fiets en al in een sloot. Achteraf bleek dat vader zijn sleutels in zijn achterzak had zitten. Deed hij anders nooit, had hij gezegd.
Nadat ik verder ging studeren heb ik nooit meer wat van Peter gehoord. Van zijn maten wel, al sprak ik ze nauwelijks. Het laatste dat ik heb gehoord is dat zijn vader en hij verplicht naar AA Meetings moesten, maar wat er daarna met ze is gebeurd: geen idee. Hopelijk niet in het graf, al zal het in het geval van Peter niet ongeneukt zijn.
*Peter is niet zijn echte naam.

Leave a Reply