Plots zakt hij als een pudding in elkaar. Zijn hoofd bleek niet bestand tegen de worp van de Egyptische middenopbouw. Even is het doodstil in de sporthal. Een seconde lijkt wel een uur. Bij elke tik van de klok wordt het idee dat het slachtoffer nooit meer opstaat aannemelijker.
Het betrof een angstig moment op het WK handbal 1999. Het overtuigde me in één klap, als zijnde een hoofd dat een hard geschoten bal pareert: Handbalkeepers zijn compleet gek.
Ga maar na als je een wedstrijd bekijkt, vooral op de hogere niveaus. Soms schiet men zo hard, dat je de bal een paar tellen uit het oog verliest. Vervolgens grist de doelman hem verslagen uit het net, zich bijkans onbewust van het leer dat zojuist langs zijn oren afsuisde. Het zijn vaak de zonderlingen die in het doel staan. Geconcentreerd, gefocust en zelfs bij tijden onzichtbaar. En dan, als een duveltje uit een doosje, gooit hij er een reflex uit, waardoor men zich afvraagt of ze wel tot de reguliere homo sapiens behoren. Dat is ook wel zo: een keeper is een heel ander type mens.
Prachtig vind ik het, in elke sport waarin men gebruikt maakt van zo’n leeuw in de kooi. Edwin van der Sar, Gianluigi Buffon of de legendarische Andrej Lavrov: eenieder spreekt tot de verbeelding. Die laatste misschien niet, hij is immers een reeds gepensioneerde, Russische handbalkeeper die er pas mee stopte toen hij de veertig al ruim was gepasseerd. Als je hem ziet denk je niet aan een topgoalie, eerder aan een bakker of verzekeringsagent. In actie onderging hij een transformatie. Een rups, een cocon, een leeuw. Beter kan ik het niet omschrijven. Als een leeuw zonder franje , maar efficiënter dan Duitse autotechniek, verdedigde hij zijn doel.
Ik kan er niets anders dan respect voor opbrengen. Ik heb een jaartje, toen ik nog een B-jeugdspeler was, als reservekeeper gefungeerd en ik ben blij dat het daar bij is gebleven. Ik heb het dus ook van de andere kant mogen beleven. En als ik zo binnen onze handbalclub kijk, zie ik een aantal van die “gekken”. Leeuwen in hun kooi. Elke poging tot een redding is een gok; een potentiële hersenschudding. Maar niet stoppen, neen, de volgende bal komt weer net zo hard op hen af en, wellicht harder. Ze springen er wederom met passie op af.
En de knock-out gegooide keeper van 1999? Een minuutje later stond hij weer op. Bleek achteraf een lichte hersenschudding te hebben. Speelde hij de wedstrijd, die op dat moment nog zo’n vijfenveertig minuten duurde, uit? Natuurlijk deed hij dat.

Leave a comment