Ik blijf me er over verbazen over hoe slim sommige mensen denken dat ze zijn. Ze gaan ver om hun standpunt te verdedigen en gaan discussies zelden uit de weg. Alles weten ze over niets. Zo ging ik eens solliciteren. De recruiter nam mijn CV door. Klaarblijkelijk vond hij het niet nodig om dit als voorbereiding gedaan te hebben, maar dat terzijde. Toen hij bij mijn hobby’s uitkwam, zag ik hem peinzen. ‘Oeh, zijn hobby’s zijn het schrijven van proza en poëzie. Ik zal mijn innerlijke spellingscontrole eens aanzetten!’ Je zegt dat je extrovert bent. Wist je dat het “extravert” is, met een A?’. Ja, dat weet ik. Ik weet tevens dat beide vormen goed zijn. Maar dat zeg ik niet. Ik zeg enkel ‘oh, oké!’ en we gaan verder met het gesprek.
Niet assertief? Niet tegen de beste man in te durven gaan? Nee, ik heb geen zin in een discussie. Ik merkte aan hem dat hij een dergelijk persoon is, zo iemand die op feestjes de meeste hapjes naar binnen werkt en constant praat over alles waar hij maar verstand over lijkt te hebben. Hij staat ook altijd op een centrale plek, niet in een hoekje of rustig zittend op de sofa. Nee, dergelijke types staan in het middelpunt van de zelf aangezwengelde belangstelling. Iemand die honderd procent zeker weet dat Montevideo de hoofdstad van Bolivia is, terwijl dit niet klopt. En al zou hij beseffen dat hij het fout heeft, dan zal hij liever sterven dan zijn ongelijk toegeven.
Je kunt er tegenin gaan. Dat kun je doen. Ik ben er echter tegen. Mensen die in elke situatie, hoe uitzichtloos deze ook moge lijken, vasthouden aan hun standpunten, zijn niet volledig gezond geestelijk gezien. Krampachtig klampen zij zich vast aan de door hen zelf gefabriceerde waarheid. Diverse fasen passeren de revue. Ontkenning. Boosheid. Alles behalve acceptatie. Deze confrontatie eindigt enkel en alleen doordat de andere partij de infantiliteit van het hele gebeuren accepteert en wegloopt. Voor de allesweter is dit natuurlijk een victorie, maar daar zou het hoe dan ook op uitdraaien.
Ik kan enkel mijn schouders ophalen en gezapig lachen om dergelijke figuren. Narcisme is niet aan mij besteed en daarom maak ik er maar een grapje van, bij voorkeur terwijl het egocentrisch geval zijn levensverhaal uit de doeken doet. Ik staak in de eerste regel van zijn betoog reeds mijn luisterpoging en start met een satirisch programma in mijn hoofd. Zo stel ik mij voor dat Meneer Ikke zichzelf voor de spiegel, naakt, van complimentjes voorziet. Net als hij het verlangen naar zichzelf niet meer kan weerstaan en aanvangt met een meer fysieke vorm van zelfstimulatie, komt een gereïncarneerde Ralph Inbar binnengelopen en vertelt met een brede grijns dat het allemaal opgenomen is voor het programma Bananasplit. Pogingen tot het verbieden van de uitzending worden allemaal in de wind geslagen door Ralph, die hem wijst op het door mij gemaakte contract, waarop staat dat hij een enorme penis is (niet heeft) en dat hij, mocht hij eventuele klachten hebben, zijn brieven kan sturen naar Pieletje Horlepiep, wonende in de Nepstraat 123 te Fokjou. En ik kom ermee weg, want dit is mijn fantasie.
Nadat mijn verbeelding naar behoren op de denkbeeldige kijkbuis is uitgezonden en Captain Ego publiekelijk te kakken is gezet, keer ik terug naar de realiteit. Meneer is bezig met het opnoemen van welke lieftallige deernen hij wel eens heeft “genomen” en hoe gelukkig zij zich daar om mogen prijzen. Nou ja, eigenlijk is het andersom, het is een hele eer voor hen, als je hem mag geloven. Je ziet hem watertanden als er een jongedame langs komt gewandeld. ‘Zo, zij kan mij wel krijgen!’ fluistert hij iets te hard. De vrouw in kwestie kijkt om, rolt met haar ogen en vervolgt haar weg. Want zo zijn ze: ze denken alles te zijn en te weten, maar van zelfkennis en zelfspot hebben zij nimmer gehoord. Een grapje over het iets te strakke shirt dat ze dragen wordt serieuzer genomen dan de dood. Ironisch genoeg neemt niemand hen serieus. Ze zijn het lachertje van kantoor, de mindervalide van de sportclub en het zwarte schaap van de familie. En maar ambitieus blijven doen en pochen met hun slimmigheidjes en veroveringen in de liefde.
Ik snap het opeens. Ze zijn eigenlijk gewoon zielig. Ze proberen hun tekortkomingen te bedekken met prestaties en waarheden door zichzelf in het leven geroepen. Ze willen aandacht omdat ze die nooit kregen door hun gebreken in het leven en hun sociale onkunde. Ze smachten naar erkenning, die de wereld ze maar niet wil geven. Ze zetten zichzelf op een voetstuk waar niemand om heeft gevraagd. Ze verkondigen hun boodschap, waar niemand naar luistert. Ze spelden zichzelf een medaille op, die ze niet verdienen. Ik benijd ze niet, deze mensen, maar medelijden, nee.

Leave a comment