-Disclaimer: dit is een oud artikel (2014)-
Op dit moment wacht ik al een week op een verlossend mailtje, waarin zal staan of ik al dan niet een nieuwe baan heb. Zeven dagen van onzekerheid, van hoop, wanhoop; positieve energie die langzaam wegebt. Ik lijk wel een verliefde puber die met smart wacht op sms’jes van zijn nieuwe vlam, zo vaak kijk ik of ik al bericht heb.
Geduld is een schone zaak, wordt gezegd. Ik denk dat dit in veel gevallen klopt, maar het is vaak om moedeloos van te worden. Je raakt namelijk de controle kwijt en hebt niet of nauwelijks nog invloed op de gang van zaken. Je hebt simpele kwesties van wachten, zoals het wachten op de trein, of als je eenmaal in het geelblauwe gevaarte zit of staat, wachten totdat je op je bestemming aankomt. Maar wat kun je doen als er vertraging is? Helemaal niets. Je kunt bellen naar de NS klantenservice tot je een ons weegt; de trein zal er geen seconde eerder door verschijnen. En wat te doen als de trein onderweg tot stilstand komt? Scheld je de conducteur de huid vol? Kun je doen, het schiet alleen voor geen meter op.
Het is een naar, ongemakkelijk gevoel, geen controle hebben over de situatie. Bij een trage trein of ander niet opdagend openbaar vervoer kun je jezelf er, zij het wellicht met pijn en moeite, overheen zetten. Het is niet anders. Een complexe vorm van overmacht is het uit handen geven van iets. ‘Zorg je goed voor mijn baby?’ is er ongetwijfeld aan Robert M. meer dan eens gevraagd en in alle gevallen zal hij met ‘ja, natuurlijk!’ hebben geantwoord. Na het moment van overdracht verlies je elke vorm van controle, hoe vaak je ook belt of alles goed gaat met je kind. Het noodlot hebben Roberts slachtoffers niet ontlopen.
Dat is nu juist waar ik zo’n hekel aan heb. Je bereidt je voor, schrijft een correcte brief, controleert het adres op juistheid en nadat je dit alles nogmaals hebt gecheckt, verstuur je het bericht. En dan volgt een lange periode van wachten, nagelbijten en een overdaad aan koffie naar binnen gieten. De eerste dagen valt het allemaal wel mee. Je denkt er zo af en toe aan. ‘Zullen ze mijn bericht al hebben gelezen?’ klinkt het sporadisch in je hoofd. Na een dag of vier, vijf beginnen minder positieve scenario’s zich aan te dienen. ‘Zou ik wel het goede e-mailadres hebben gebruikt? Werkte internet wel toen ik op verzenden klikte?’ je weet wel, onvrijwillige gedachten die het nodig vinden om je periode in het vagevuur nog minder aangenaam te maken. Zodra er een week voorbij is gegaan, lijkt alles mogelijk. Minder positieve scenario’s maken plaats voor doemscenario’s. Positieve gedachten en het idee dat het vast allemaal goed gaat komen, worden in een hoekje gedrukt en overgoten met benzine. De fik gaat erin zodra het ogenschijnlijk onvermijdelijke slechte nieuws werkelijkheid wordt.
Het zet je wel aan het denken. Hoeveel dagen, weken of misschien wel maanden heb je gewacht op iets in je leven? Wat nu als ik die tijd nuttiger had kunnen besteden? Waarom moet je altijd maar overal op wachten? Ik begrijp dat je niet altijd de eerste in de rij kunt zijn. Ik snap ook dat wachten vaak een doel heeft. Maar al die tussentijd…je kunt dit opvullen door een spelletje te gaan spelen op je telefoon, maar zodra je deze opstart staat er Loading, please wait… Je kunt mensen kijken, maar wachtende mensen doen voorspelbare dingen. Ze frutselen wat aan hun kleren, kijken op hun telefoon of staan, zoals ik, mensen te kijken.
Wachten, het gaat uiteindelijk ergens heen. Niet verwonderlijk dus dat ik eigenlijk geen conclusie kan trekken hieruit of een oplossing kan bieden aan mijn medewachters. Dingen die je kunt doen om de tijd te doden zijn niets meer dan dat ze voorstellen. Je doodt de tijd, punt. Je hoopt op het moment dat je de touwtjes weer in handen hebt en verder kunt met je leven, totdat je weer opnieuw in de wacht staat. Ik vermoed dat dit dan ook de reden is waarom ik hier over schrijf. Ik wacht op antwoord, en dood ondertussen de tijd.
Ik hoop spoedig iets van u te vernemen.
Met vriendelijke groet,
Jeroen Slegers

Leave a comment