Met de fiets naar school. Hartje winter, de straten spiegelglad. Voor het schoolplein een scherpe bocht. Een hele groep tieners die met smart stond te wachten op de onvermijdelijke valpartij.
Uiteraard ging ik op mijn bek. Een hoop gelach klonk vanaf de zijlijn. De weg bood geen soelaas, enkel schaamte en schrammen. Beschaamd raapte ik mezelf bijeen en stapte het terrein op. Ik voegde me bij de kijkende menigte om vele anderen tegen de vlakte te zien gaan. Want pijn is niet fijn, behalve als het een ander overkomt.
Het wordt over het algemeen niet gewaardeerd als je lacht om andermans leed. Maar als dat zo is, waarom zijn er dan programma’s als Lachen om Home Video’s? Niet om Hans Kraaij Junior zich door voorgekauwde grappen te zien worstelen, zoveel is zeker. Het antwoord laat zich raden: de mens wil bloed zien. Een dronken dame van een liaan zien vallen is hilarisch. En vooral prettig dat het een ander overkomt. Jij: veilig aan de zijlijn. Zij: doorweekt in een moeras met waarschijnlijk diverse bloedzuigers op plekken waar de zon niet schijnt.
Ben je een genieperd als je lol beleeft omdat er een duif op oma’s pruik poept? Misschien. Toch denk ik niet dat het zo zwart-wit is. Zoals uitwerpselen van vogels is het vooral grijs met hier en daar een kloddertje geel. Het is vooral een manier om met tragedie om te gaan. Als je denkt dat er geen grappen worden gemaakt over de aanslagen op 11 september van 2001 dan ben je óf net onder een steen vandaan gekropen óf uit een boerderij in Ruinerwold ontsnapt. Als je namelijk blijft zwelgen in verdriet dan wordt het een deel van je. Geef het een plaats of het wordt zodanig groot dat je niet meer over het drama heen kunt kijken. Hoe prettig is het om bij een enorm heftige gebeurtenis als het overlijden van een dierbare, daarna weer te kunnen lachen? Zo had ik eens een begrafenis en terwijl de pastoor predikte, zag ik dat er een pluisje op zijn kale hoofd landde. Bij de koffietafel bleek dat ik niet de enige was die dit had gezien. We hebben er smakelijk om kunnen lachen. Het had een zalvende werking.
Met dit in het achterhoofd wordt het plotseling een stuk minder erg om zélf eens het lachertje te zijn. Omdat je weet dat het kan bijdragen aan het plezier van een ander. Zo rookte ik in een duister verleden – en in een dronken bui – eens in twintig minuten een heel pakje sigaretten op. Soms had ik er wel drie tegelijk in mijn mond. En ziek dat ik werd. Er werd nog lang en met veel jolijt over gesproken. Daar kun je geen prijskaartje aan hangen.

Leave a comment