Grappig, waar ergernis, een overdosis cafeïne en mijn huidige gemoedstoestand toe kunnen leiden. Op het vliegveld van Rhodos, waar mijn reisgenoot en ik ons opmaakten om terug te gaan naar Nederland, trok ik het even niet meer. Het begon met een bus vol Duitsers, waar wij als enige Hollanders tussen zaten. Nul aanpassingsvermogen en egoïsme troef en dat een uur lang. Goed, dat kon ik op zich nog wel aan…
…bij het inchecken barstte mijn hersenbom echter. Om me heen enkel zaken waaraan ik me ergerde. Een man in een zwarte blouse met daarop witte en gele palmbomen, een trainingsbroek en een kapsel dat smeekte om teruggebracht te worden naar 1985, was in de weer om een huilend kind tot rust te manen. Het kind bleef echter blèren, wat niet gek is als je bedenkt dat deze zonderling EEN VLIEGRAMP AAN HET UITBEELDEN WAS. Juist, laat dit maar even bezinken, en vergeet niet om de Caps Lock van je hersenen aan te zetten. Hij vormde twee vleugels met zijn handen en liet deze neerstorten op een imaginair gebouw, compleet met explosie. Voor een kind vertaalt dit letterlijk naar een vernietigde droom, alsof er een Boeing op Sesamstraat neerstort, waarbij je bij de live beelden meneer Aart levenloos op de grond ziet liggen en waarbij je in een flits nog net een aantal blauwe veren uit een lijkzak ziet steken. Sien wordt, met de tranen in haar ogen geïnterviewd met een zowel opgeluchte als verschrikte blik in haar ogen; enerzijds omdat ze gelukkig niet in haar winkeltje aanwezig was toen afgebroken motor iedereen en alles wat zich binnen bevond vernietigde en anderzijds omdat ze nog net een ontredderde ‘Poe hee’ hoorde, het laatste woord van Tommie, voordat hij tot een rode pulp werd verpletterd.
Het kind hield maar niet op met huilen.
Eenmaal aangekomen bij de gate besloten we om onszelf op een kop koffie te trakteren. Al drinkende besefte ik dat dit geen gewoon bakkie pleur was. Het cafeïnegehalte was hoger dan de Mount Everest en na een slok of vier vormden mijn hersenen zich om tot een combinatie van Road Runner, de Tasmanian Devil en Jochem Myer. Ik zag overal mensen, schaduwen bewogen zich in slow motion en elke subtiele beweging werd door me opgepikt alsof ik een bewakingscamera was in het Louvre. Minuten verstreken alsof het microseconden waren en mijn mitochondriën gaven een Rave Party in mijn lichaam. DJ Adrenaline draaide zijn plaatjes en concentratie stond niet op de gastenlijst. Er kwam een blonde vrouw langsgelopen. ‘BLONDE VROUW BLONDE VROUW BLONDE VROUW!’ bonkte mijn brein, snel en zonder komma’s. Quotes afkomstig uit diverse films en boeken gingen als goederentreinen door mijn hoofd. ‘You want the truth? You can’t HANDLE the truth!‘ gonsde het. Mijn grijze massa vormde zicht plotseling om tot HAL, de paranoïde computer uit 2001: A Space Oddyssee. Elke keer als ik probeerde mijn gedachten te organiseren, zeiden ze ‘I can’t let you do that, Dave…‘. De koffie was tot leven gekomen in mijn gestel, alsof deze, net als HAL, een zelfbewustzijn gekregen had. Als een bruinzwarte panter sprong het door mijn aderen. DJ Adrenaline riep om dat het feestje nog wel een uurtje langer door kon gaan.
Ik kreeg zin om een encyclopedie te gaan schrijven. Ik wilde de aarde rondvliegen in tachtig dagen. Het leek me een goed idee om het wereldrecord salto’s maken te verbeteren…
…en plots, zwakte het af. De mitochondriën keerden huiswaarts en concentratie mocht de rommel opruimen op de dansvloer. Ik stapte het vliegtuig in en zocht mijn toevlucht in een boek. Aan de buitenkant had niemand iets gemerkt van de wonderen die zich in mijn schedel afgespeeld hadden…

Leave a comment