Een gesprek over mannen van middelbare leeftijd met lang haar deed me aan een midlifecrisis denken en hoe weinig dit bij me tot de verbeelding spreekt. Lang haar is niet aan mij besteed, zowel qua gezichtsstructuur als genetica – mijn haar wordt eerder minder dan langer. En mezelf aanpraten dat ik kunstmatige manieren nodig heb om me gelukkiger te doen voelen is niet mijn pakkie-an.
Als je jong bent neem je dit voor lief en lach je oude mannen met identiteitsproblematiek uit. Zo nam ik op mijn eenentwintigste een tatoeage van Garfield. Een stukje meer individu zijn; mezelf onderscheiden van de massa en om en passant minder schaamte voor mijn lichaam te hebben. Eindelijk eens wat zonlicht op mijn melkwitte armpjes. Een tatoeage van een cartoonkat als lijmmiddel van mijn gebroken zelfvertrouwen.
Een aantal jaren eerder vond ik dat je het beste je muzieksmaak tot uiting kunt brengen door middel van passende kleding aan te schaffen. Of in mijn geval ruim zittende kleding. Ik was immers een “alto”, een liefhebber van gitaarmuziek. Wijde broeken en dito truien met schedels, vlammen en gitaren erop: daar ging het allemaal om. De ene week het haar rood, de andere week groen. Daarna een keer blauw proberen. Waarom niet? Opvallend was het wel.
Toch heeft jezelf onderscheiden van de massa nadelen. Zo ben je niet uniek, maar schuif je op naar een groep die is zoals jij. Sta je dan met je non-conformisme. Daarnaast word je als kleurrijk gekapselde, Rammstein-shirt dragende adolescent met Garfield op je schouder meer dan eens vreemd aangekeken. Mijn hobby’s varieerden van videogames tot handbal, wat voor velen als een aparte combinatie werd gezien. Dit alles zorgde ervoor dat men maar weinig hoogte van me kon krijgen, althans als buitenstaander. Mijn vrienden, team- en klasgenoten en familieleden wisten wat voor een vlees – bleek met een gek kapsel – ze in de kuip hadden.
Lang, heel lang heb ik me genoodzaakt gevoeld om anders te zijn. Achteraf gezien omdat ik me daadwerkelijk anders voelde. Voor veel mensen leek het leven als vanzelf te gaan. Ik moest knokken voor elke meter. Thuis en op school was het een constante strijd om mezelf te zijn. En als je jezelf niet bent, probeer je wat anders. Je gaat je onderscheiden om je een plek in de maatschappij te verschaffen. Je wilt relevant zijn en tegelijkertijd niet hopeloos achterhaald. De één kweekt spieren, de ander guppy’s, een voormalig hobby van me. Alles om maar jezelf te kunnen zijn.
En al die vijftigers maar als een stel walrussen over elkaar heen klimmen om op de top te mogen resideren. Snelle auto’s, jonge grieten en lang haar. Een midlifecrisis: ik kan me er niets bij voorstellen.

Leave a comment