Soms sta je even stil bij de zin en de onzin die er voortkomt uit het menselijk brein. Zo zag ik laatst op tv een man die door zijn hele huis een modelspoorbaan had gelegd. Toen men de volkomen begrijpelijke vraag stelde hoe het in hemelsnaam zo ver heeft kunnen komen, antwoordde hij: ‘Tja, het is een uit de hand gelopen hobby!’
Wat is dat, een ‘uit de hand gelopen hobby?’ Ik vind het nogal morbide klinken. Want iets dat uit de hand loopt, is zelden tot nooit positief. Een uit de hand gelopen feest betreft altijd zaken als Project X te Haren. Een uit de hand gelopen protest heeft altijd vernielingen en arrestaties tot gevolg. Wat is een uit de hand gelopen hobby dan? Iemand die zijn postzegelverzameling tot onvrede van de partner in hun seksleven betrekt? ‘Kijk schat, ik heb niets aan, behalve twee frankeerzegels op mijn tepels!’ Of dat iemand tot een deviante randgroep gaat behoren, de pedofilatelist, iemand die zich aftrekt op kinderpostzegels?
Wat ook uit de klauwen loopt, is het constante gebruik van stopwoorden en zinnen. Een mijns inziens dommig mokkel blaatte de historische zin ‘Ik ben zeg maar tot over mijn oren verliefd, zeg maar.’ Altijd verwacht ik dat er achter de woorden ‘zeg maar’ nog iets volgt. Zeg maar… ja, zeg het dan! Wat zeg je dan maar?
Of wat te denken van ‘in principe?’ Het wordt te pas en te onpas gebruikt om diverse zinnen een intellectuele lading te geven, want een woord met een C in het midden, dat moet wel haast door een genie verzonnen zijn! Wat zeg je nu eigenlijk helemaal? ‘Ik eet in principe nooit vlees.’ Bedoel je dat je vegetariër bent, maar wel inconsequent en hypocriet? ‘Wij winnen in principe altijd van Roda JC.’ Jullie hebben altijd van ze gewonnen, behalve die ene keer?
Het is zo nietszeggend als de term relatief. Het is een meting zonder meetlat. ‘Ik heb relatief veel tegenslagen gehad in mijn leven’, hoorde ik een welgestelde BN’er zeggen. Kan zijn, maar in verhouding tot een Holocaustslachtoffer zal het heus wel meevallen. Mensen relativeren zonder dat je er echt wat aan hebt. ‘Ik ben zo lelijk!’ zegt het onzekere pubermeisje. ‘Ach, uiterlijk is relatief’, troost moeder. Goh, daar heeft pubertje wat aan. Pap dan maar aan met een relatief onaantrekkelijke jongen, start een relatie, bouw een relatief stabiel leven op en ga zo maar lekker abstract door.
‘Ik wil niet lullig doen, maar…’ ook prachtig. Iemand wil iets vervelends zeggen, maar dekt zich in door van tevoren aan te kondigen dat het wel eens een pijnlijk verwijt kan betreffen. Eigenlijk zegt men dus: ‘ik wil niet lullig doen, maar ik doe het toch.’ Vaak heb ik ook geen idee of het serieus of sarcastisch is bedoeld. Vindt degene die het verwijt maakt het vreselijk dom dat ik mijn blouse per ongeluk scheef heb dichtgeknoopt, of wil men het kenbaar maken dat ik hem even opnieuw moet sluiten? Geen idee…
Ten slotte de moeder aller ergernissen: hilarisch. Hi-fucking-larisch. Ik haat dit woord zo enorm, ik zou bijkans een protestgroep oprichten. Het is zo gemakkelijk en zo SBS6. Komt er een komische film op tv, maar ben je te lui om er een rake beschrijving voor te verzinnen? Geen nood, noem het gewoon ‘een hilarische komedie.’ Vooral dat accent op de L en Gerard Joling is hierin de hoofdschuldige. Het gegeven dat hij dit woord vaak gebruikt daargelaten, spreekt hij het uit als ‘hiLLLAAAArisch.’
Het is tekenend voor hem als mens. Hij beperkt zich tot humor die op zijn zachtst gezegd kinderachtig genoemd kan worden en zijn vocabulaire bestaat enkel en alleen uit de woorden ‘erg’, ‘vreselijk’, ‘schat’ en natuurlijk ‘hiLLLAAAArisch’. Dat is het probleem juist. Niet zozeer het woord, maar het gebruik ervan. Op elk moment dat bepaalde mensen dit woord denken te kunnen toepassen, wordt het ook gedaan. Ik wil niet lullig doen, maar in principe word ik er relatief onpasselijk van, zeg maar.
Poeh, dit loopt langzaamaan uit de hand…

Leave a comment