John* is hoogstwaarschijnlijk de minst begaafde handballer die ik ooit heb gekend. Dit neemt niet weg dat ik vereerd ben om met hem het veld te hebben gedeeld. Buiten het feit dat John bijzonder grappig uit de hoek kon komen, werd hij ook altijd in de hoek weggemoffeld en zo weinig mogelijk aangespeeld. Een bal vangen was niet aan hem besteed en zijn motoriek laat zich het beste vergelijken met een aangeschoten oeros. Maar John was er altijd. Trainde altijd. Struikelend over zijn eigen benen. John was John, en John had nog nooit gescoord.
We schrijven een bijzonder zonnige voorjaarsdag. Uit in Eindhoven tegen PSV beleefde John zijn moment suprême. Daar, op het harde bitumen waar de veldcompetitie om bekend staat, trachtte hij een doelpunt te maken. Zijn ouders waren aanwezig om hem aan het werk te zien. Dat, of het feit dat zij de aangewezenen waren om ons per auto naar de Lichtstad te vervoeren. Hoe dan ook, John was er klaar voor. Na op de heenweg in een deuk te hebben gelegen om het spervuur aan grappen dat hij op ons afvuurde, werd het in de kleedkamer serieus als vanouds. Dit werd van ons verwacht. Tijdens het warmgooien van de doelman was John er reeds dichtbij: via de paal en de hak van de sluitpost rolde de bal tergend langzaam de verkeerde kant op. Hij kon er wel om lachen.
Het fluitsignaal klonk. John zat naast me op de reservebank en knaagde op een stuk zoethout. Dat deed John graag. Hij werd in het verleden eens door de tegenstander uitgelachen omdat er een stronk van het spul was achtergebleven tussen zijn voortanden. Dit weerhield hem er niet van om het te blijven snoepen. De minuten tikten voorbij. PSV was een maatje te klein voor ons, getuige de 20-2 voorsprong waarmee we aan de thee gingen. John wist dat het niet lang meer duurde voordat hij het veld zou mogen betreden. Zijn Tazmanian Devil trui ging alvast uit in anticipatie op dit heugelijke gebeuren.
Vlak voor het einde was het zover: John. Bijnaam: De Verneuker. Knokige beentjes en dito armpjes. Een shirt aan van drie maten te groot. Daar was hij. De eerste de beste bal die hij kreeg aangespeeld ging via zijn neus over de zijlijn. ‘Jammer John!’ klonk het in koor. Bij een stand van 39-5 besloot de cirkelspeler van PSV dat het tijd werd voor een rode kaart, waarvan akte. Negentig seconden verwijderd van het einde van de wedstrijd stonden we met een mannetje meer. Dat mannetje was John, maar toch. De midden opbouw zette aan en bond met gemak twee verdedigers. De rechter opbouw deed hetzelfde en legde met een stuitje de bal in de handen van John. Een zee van ruimte was het enige dat tussen hem en zijn eerste doelpunt ooit lag. John dribbelde. John zette twee stappen…
Zijn derde pas werd ruw verstoord door een zilvergrijze Bouvier, die aan de greep van zijn baasje was ontsnapt. Het beest negeerde alle andere spelers en rende regelrecht op de bijna scorende John af. Het beest maakte een katachtige sprong waarbij hij Johns been krabde. Vervolgens verdween het beest in de bosjes, gevolgd door zijn eigenaar. John liet zich niet van zijn stuk brengen, en wilde op doel schieten. Helaas waren de verdedigers inmiddels weer in positie en was de kans op zijn eerste goal ooit verkeken.
Een jaar later stopte hij met handbal, zonder ook maar ooit te hebben gescoord.
*John is een fictieve naam.

Leave a comment