Er passeert nogal wat op een dagtrip naar het vulkanische nationaal park van Lanzarote. In een groep van verder uitsluitend Duitsers begaven we ons zuidwaarts. De reisgids, een onrustig type dat zichzelf graag hoorde praten, vertaalde speciaal voor ons alles wat hij in het Duits met de groep deelde naar het Nederlands. Niet echt noodzakelijk maar we lieten hem zijn gang gaan. Hij deed me denken aan een minder vrouwelijke versie van Martien Meiland. Elke toerist die het in zijn hoofd haalde om van de gebaande paden af te gaan – streng verboden in het park – werd door hem stevig toegesproken. Ook een buschauffeur die ons de weg versperde, kreeg de wind van voren.
Wind, wat stond er die veel op de kale lavavlakte van Lanzarote. Bejaarden zochten angstig naar houvast. Dit weerhield menig toerist er niet van het onbezonnen leeghoofd uit te hangen. Een meisje van een jaar of dertien, veel te schaars gekleed voor zowel haar leeftijd als het weer, poseerde op wulpse wijze op de rand van de afgrond. Mama knipte foto’s en gaf aanwijzingen. Haar broertje probeerde tot viermaal toe haar shot te verstieren en werd hardhandig door het model in spe aan de kant gebeukt. De aanwezige kans dat de blaag in het ravijn achter haar zou belanden, leek haar niet te boeien. Een stuk verderop werd water in een kokend hete vulkanische put gegooid, wat resulteerde in een metershoge fontein. Een oude man ging er prompt bovenop staan, ook om voor een kiekje te poseren. Een medewerker die hem vergeefs waarschuwde, rolde met zijn ogen en kon niets anders dan wachten om het schouwspel met de fontein in gang te zetten. Een vreemd mannetje van middelbare leeftijd, die eerder veel te lang naar de dertienjarige tiener had gestaard, kon er wel om lachen.
Onderweg naar de volgende stop moest ik naar het toilet. Zo’n te knusse ruimte waar je bil aan bil staat te piesen. Toen ik terugliep naar de bus werd ik geblokkeerd door drie Duitse dames die niet reageerden op mijn verzoek mij doorgang te verlenen. Ik besloot daarom om één van hen vriendelijk op de schouder te tikken. Mijn beweging duurde echter wat lang, waardoor het meer op een streling leek dan een snelle aanraking. De mevrouw in kwestie keek me eerst verschrikt en daarna iets te intens aan. Ze zocht die dag meerdere malen oogcontact, wat ik professioneel vermeed door aandachtig naar de dichtstbijzijnde attractie te kijken.
Zo keek ik met haar priemende ogen in mijn rug naar:
Een rood verbrande Engelsman
Een op een penis lijkende cactus
Een kat
Lunchtijd, lopend buffet. Het ontbreken van muziek deed de sfeer weinig goed. Het eten was prima en rode wijn was inbegrepen. Niemand praatte met elkaar. Slechts gesmak en ingehouden kuchjes resoneerden via de kalkwitte muren van het restaurant. Omdat ik mij hoogst ongemakkelijk voelde, nam ik een wijntje en daarna nog een. Daarna nog één om het af te leren. Ik haalde een tweede bord eten. Een vrouw voor me in de rij at met haar vingers uit de saladebak. Ik nam nog een wijntje.
Verder zagen we tientallen kamelen, waarop toeristen een ritje konden maken. Alleen op de wijfjes: mannetjes waren ‘ganz wild’, aldus de reisleider. Aan weerskanten hing een zitje. Eén kameel had aan de rechterkant een dikke dame, aan de linkerkant zat een tenger meisje. Het beest had het zichtbaar moeilijk. Kamelen zijn oersaai: ze zitten maar te zitten en voeren alleen iets uit op commando. Dat vonden de Duitse toeristen interessant.
Aangekomen bij de laatste stop, een landbouwmuseum, was iedereen wel klaar met de hoogbejaarde dame die gedurende de rit domme vragen stelde, te laat bij de bus was en maar door de verhalen van de reisleider heen bleef leuteren. Tijdens de museumtocht ging haar telefoon. Ze liep weg om hem op te nemen. Iedereen blij, even rust. Terwijl men aandachtig luisterde, nam ik uitvoerig de tijd om de groep gade te slaan. Er zit bij dergelijke dagtochten altijd een Duitser bij die op mijn ome Hans lijkt. Oom Hans lijkt erg op Urbanus, maar dan Germaanser. De meeste vrouwen hadden een beige afritsbroek aan. De meeste mannen lange sokken in wandelsandalen. We kregen lokale lekkernijen aangeboden, waaronder witte wijn. ‘Gibst es auch rotwein?’ bleef de oude dame herhalen tegen niemand in het bijzonder. Rood kon je alleen krijgen als je betaalde. Ze luisterde niet en herhaalde haar vraag, gevolgd door een luid ‘HALLOO?’
We werden netjes bij appartementhotel Costa Mar afgezet. De Duitsers bedankten de Spaanse chauffeur zonder uitzondering in het Duits. Ze hielden elkaar enorm op bij het uitstappen. Lanzarotoerististen.

Leave a comment