De lijnbus van Someren naar Eindhoven is een noodzakelijk kwaad geweest gedurende mijn studentenleven. Alle herinneringen eraan zijn grijs. Grijs waren de wolken, zwanger van de regen. Grijs was de chauffeur en grijs was elke jas. Het gebouw van de DAF dat we elke dag passeerden: grijs.
Daar was hij. Een Arabische man in een grauwe regenjas. Hij was het die de rit kleur gaf. Het was druk, zoals elke ochtend. Het gangpad was bezaaid met studenten die geen zitplaats hadden bemachtigd. De man wurmde zich langs een wat onhandig zittende jongen en wist zich nog net vast te grijpen aan een stang. In gebroken Nederlands klaagde hij deels binnensmonds. Iets met gebrek aan respect voor ouderen. Ergens had hij gelijk want niemand stond op. Ik wilde hem met alle plezier helpen, maar ik zat gevangen tussen een nog oudere man en een volle meid met een zweetlucht. En ik stond, dus mijn plaats opgeven had weinig zin.
Al rijdende werd de man alsmaar onrustiger. Vooral als er reizigers moesten uitstappen, kreeg hij het te kwaad. Toen ook nog bleek dat hij zijn halte had gemist, waren de rapen gaar. Luidkeels meldde hij bij de chauffeur dat dit vervelende feit zich had voorgedaan. Zijn weeklacht was aan dovemansoren gericht. Dat, of de bestuurder sprak geen woord Arabisch.
Tijdens zijn met scheldwoorden gevulde tirade trok hij nerveus en constant zijn jas wat omhoog. Zijn rechterbeen was een prothese. Bij de eerstvolgende halte stelde de chauffeur voor dat het wellicht een goed idee was voor het slechtgeluimde heerschap om het voertuig te verlaten. Dit weigerde hij subiet: hij wilde naar de plek waar hij diende te zijn; inmiddels vier haltes terug. Er viel geen land met hem te bezeilen en daarom werd de koers richting Station Eindhoven voortgezet.
Achter hem ontstond een lege plaats. Een jongedame naast hem gebaarde dat hij kon gaan zitten, maar dit kon of wilde hij niet begrijpen. Een volledig natgeregende meid besloot om de vacante zetel dan maar in te nemen. Iets in het hoofd van de weerbarstige passagier besloot om een beweging te maken richting de plek alwaar dit grietje zojuist was gaan zitten. Op dat moment remde de chauffeur en begaf de prothese het terstond. De man viel voorover, op schoot bij de doorweekte dame. De prothese bleef fier overeind staan. Wild spartelend, als een zalm die zijn levensdoel had volbracht, greep hij naar alles wat hij grijpen kon. Helaas voor iedereen pakte hij de borsten van de inmiddels behoorlijk ontdane meid.
De deuren vlogen open en de man werd al hinkend op straat gezet. Het was ongetwijfeld een zware tocht terug naar zijn halte.

Leave a comment